Sign up with your email address to be the first to know about new products, VIP offers, blog features & more.

Mijn jaren als gerechtsarts.

Een lichaam, of beter een romp in een vuilniszak, begraven in een aardappelveld. Ik zie het nog zo voor me. Het was in de tijd dat iedereen aan het zoeken was naar de vermiste meisjes An en Eefje en waarbij we ons, bij elk lichaam dat werd gevonden, afvroegen: “zijn zij het?”

Als gerechtsarts zagen we alles wat een mens zich maar verbeelden kan. Ik herinner me nog als de dag van gisteren mijn eerste lijkschouwing, in het dodenhuisje op een kerkhof waar we net een man hadden laten opgraven. De tweede dag, het was net na Nieuwjaar, ik was op 02 januari met het assitentschap gestart, lag er een meisje op onze tafel. Net drie jaar oud, ze had nog een luier aan, een fragiel wezentje, doodgeslagen door de eigen moeder. Ook haar kan ik me nog levendig voor de geest halen.

Mijn arme ouders wisten niet wat hen overkwam toen ik, het moet ergens in mijn derde of vierde jaar geweest zijn, aankondigde dat ik in de gerechtelijke geneeskunde wou verdergaan. Ik moest knokken voor de plaats als assistent en had de eer om door een icoon in de gerechtelijke geneeskunde, prof. Herman Van de Voorde, opgeleid te worden.

Er was geen sprake van handjes vasthouden of enige psycholigische begeleiding, we keken naar de lichamen, deden inwendige schouwingen en gingen daarna verder met ons leven. Wanneer we een paar schouwingen na elkaar deden, zoals bij een familiedrama wel eens kon voorkomen, aten we tussenin gewoon onze boterhammen op en keuvelden over koetjes en kalfjes.

Met veel spijt in mijn hart besliste ik op een dag om uit de gerechtelijke geneeskunde te stappen. De interne politiek van de grote universiteit, samen met de erbarmelijke omstandigheden waarin we vaak werkten, dwongen me tot die keuze. Ik nam ze met veel tegenzin en mis nog steeds de job die ik eigenlijk mijn hele leven had willen doen. Het is gek, ik heb er nooit, niet één keer over gedroomd. Hoe groot de gruwel ook was die ons werd voorgeschoteld. Maar veel zaken zie ik nog wel zeer levendig voor mij.

Nu, jaren later, gebruikte ik de kennis en de ervaring die ik opdeed om een andere, lang gekoesterde droom tot stand te brengen, het schrijven van een boek.

Vandaag stel ik “Uitgebroed” aan de wereld voor. Mijn debuutroman, een thriller nog wel. Een boek waar ik mijn ervaring als gerechtsarts heb gecombineerd met mijn fantasie die vaak levendig en soms morbide kan zijn.

Lilith, zo heb ik het hoofdpersonnage gedoopt, is een vrouw die als hulpje van gerechtsartsen aan de slag is in een forensisch centrum. Daar bovenop is ze een getormenteerde vrouw, verteerd door verdriet. Wanneer ze zichzelf op een dag voor een aanstormende trein gooit, is niemand echt verbaasd en gaat het leven verder. Al snel blijkt dat Lilith de maanden voor haar dood een ingenieus plan heeft uitgebroed met verstrekkende gevolgen voor iedereen uit haar omgeving.

Meer weten over mijn tijd als gerechtsarts of over het boek dat ik nu uitbreng?
Contacteer me!
Pat Craenbroek, www.uitgebroed.com
Patricia.craenbroek@hotmail.com

 

Boek in de handel vanaf 12 juni! Via deze website te bestellen of in de betere boekhandel.

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *