“Ik zeg hem maar niet dat ik een groot keukenmes in mijn nachtkastje verborgen houd, het ligt er voor het grijpen. Er zit iets in mij te broeden, het is vaag, de vorm is nog niet afgelijnd, nog geen hoe, geen wat of wanneer. Wel een waarom. Hij gaat naar de badkamer om zijn tanden te poetsen en ik kijk nog even naar het mes. Ik laat mijn fantasie de vrije loop. Het is een stevig vleesmes, het verbaast me eigenlijk dat mijn man het nog niet gemist heeft. Ik fantaseer erop los en het is geen stukje mooi gebraad, dat in mijn verbeelding wordt aangesneden. Ja, je zou wel kunnen zeggen dat ik aan het broeden ben gegaan.”